Elektrische bedrijfswagen thuis opladen: welk bedrag mag u terugbetalen?
Hoeveel mag u uw werknemer betalen voor het thuis opladen van hun elektrische bedrijfswagen? Veel werkgevers struikelen erover, want hoe bepaal je die kosten exact?
Waarover gaat het? Bedrijven die hun werknemers een elektrische bedrijfswagen geven, kunnen de kosten terugbetalen die hun werknemers maken voor het thuis opladen van die wagen.
Er gelden natuurlijk enkele voorwaarden. Een belangrijke voorwaarde is dat de terugbetaling overeenstemt met de werkelijk gemaakte elektriciteitskosten. In de praktijk is dat natuurlijk heel moeilijk te bepalen.
Daarom aanvaardt de administratie dat werkgevers gebruikmaken van een forfaitair referentietarief, het zogenaamde CREG-tarief. Dit tarief wordt per kwartaal vastgesteld en verschilt naargelang het gewest.
Dat CREG-tarief werd aangepast voor het derde kwartaal van 2026:
- Vlaams Gewest: 32,25 eurocent per kWh
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 36,88 eurocent per kWh
- Waals Gewest: 37,79 eurocent per kWh
In principe moet het tarief worden toegepast van het gewest waar de werknemer of bedrijfsleider zijn woonplaats heeft.
Eén tarief voor alle werknemers?
De administratie laat ook toe om binnen de onderneming één uniform tarief toe te passen voor alle werknemers en bedrijfsleiders. Kiest een werkgever voor deze vereenvoudiging, dan moet het laagste van de toepasselijke CREG-tarieven worden gebruikt. Bovendien geldt deze keuze voor het volledige kalenderjaar.
Voor 2026 betekent dit dat een uniform tarief van 32,25 eurocent per kWh kan worden gehanteerd, aangezien dit momenteel het laagste tarief is en van toepassing is in het Vlaams Gewest.
Wat betekent dat voor uw organisatie?
Werkgevers die elektrische bedrijfswagens ter beschikking stellen, doen er goed aan hun car policy en interne kostenprocedures te evalueren. Een correcte toepassing van de CREG-tarieven kan de administratieve verwerking vereenvoudigen en tegelijk fiscale discussies vermijden.
Daarnaast is het belangrijk om de toegepaste methode en berekening voldoende te documenteren, zodat bij een eventuele controle kan worden aangetoond dat de terugbetaling overeenstemt met de administratieve richtlijnen.
Bron: Circulaire 2026/C/86 van 11 september 2026.


