Uw gezinswoning en uw zelfstandig beroep, een gevaarlijk cocktail?
Oefent u vandaag een zelfstandig beroep uit? Dan stelt u zich misschien af en toe de vraag wat er gebeurt wanneer het met dit beroep slecht dreigt af te lopen. Loopt u het gevaar om op straat gezet te worden? Voor de gezinswoning is er alleszins een eenvoudige – maar vaak vergeten – oplossing: de verklaring van onbeslagbaarheid.
Dat de gezinswoning voor ons allen belangrijk is, hoeft weinig extra toelichting. Dat deze gezinswoning in onze wetgeving een belangrijke plaats inneemt, is ook niet nieuw. Zowel op civielrechtelijk als fiscaal vlak geniet de gezinswoning een bevoorrechte plaats.
Maar wat vaak vergeten wordt, is dat deze woning buiten schot kan blijven voor wie een zelfstandig beroep uitoefent.
In deze economisch onzekere tijden is een faillissement bij de uitoefening van een zelfstandig beroep jammer genoeg niet denkbeeldig. Wat gebeurt er in dat geval met het vermogen? U kan veel beroepsrisico’s opvangen door het oprichten van een vennootschap (zoals een bv). Professionele schuldeisers kunnen zich dan enkel verhalen op het vermogen van de vennootschap. Let wel: dat is niet het geval bij een vof of CommV, en ook niet wanneer u een borgstelling tekent of wanneer de woning eigendom is van de vennootschap.
Maar ook de oprichting van een vennootschap is niet altijd een 100% waterdichte oplossing. Sommige vrije beroepers – zoals artsen – blijven immers aansprakelijk voor beroepsfouten. De oprichting van een vennootschap geeft hier niet altijd 100% zekerheid, met alle risico’s vandien. Daarom kan het zinvol zijn de gezinswoning extra te beschermen.
U staat als zelfstandige in principe met uw hele vermogen garant voor schulden van het beroep. Ook de gezinswoning maakt deel uit van dit vermogen. Bij zelfstandigen die werken zonder vennootschapsvorm, wordt er verder sowieso geen onderscheid gemaakt tussen het privévermogen en het beroepsvermogen.
U kan uw gezinswoning extra beschermen door dit pand onbeslagbaar te maken via een verklaring bij de notaris.
Omdat u als zelfstandige (met een eenmanszaak) met uw volledige vermogen instaat voor de betaling van professionele schulden, kan dit grote gevolgen hebben wanneer u uw schuldeisers niet betaalt of – erger nog – bij een faillissement. In dergelijke situatie kan een curator een uitvoerend beslag laten leggen op uw volledige vermogen. De goederen die deel uitmaken van uw vermogen, kunnen dus verkocht worden om de bestaande schulden af te lossen. Het gekozen huwelijksstelsel is hierbij ook van belang. Bent u gehuwd onder het zogenaamde wettelijk stelsel, dan moet u extra waakzaam zijn, want ook het gemeenschappelijk vermogen (veelal afkomstig door de beroepsinkomsten) is vatbaar voor beslag. De zogenaamde eigen goederen zijn dit dan weer in principe niet.
Wat bedoelt de wetgever met ‘zelfstandige’?
Elke zelfstandige kan een verklaring van onbeslagbaarheid voor zijn of haar gezinswoning aanvragen. Het begrip “zelfstandige” moet u ruim interpreteren. Het gaat niet alleen om vrije beroepers, maar ook om bestuurders van een onderneming. Zij kunnen van deze bescherming genieten. Sinds 2014 is deze beschermingsregeling trouwens verder uitgebreid voor zelfstandigen in bijberoep en zelfstandigen die na hun pensioen nog actief zijn.
Verklaring van onbeslagbaarheid van de gezinswoning
De gezinswoning kan u echter aan het beslag van de professionele schuldeisers onttrekken. Met de gezinswoning wordt die woning bedoeld waar u uw hoofdverblijfplaats heeft gevestigd. Het gaat dus bijvoorbeeld niet om uw buitenverblijf aan de kust.
U moet dit doen door een verklaring af te leggen voor een notaris, die deze verklaring laat overschrijven op het kantoor Rechtszekerheid van de FOD Financiën. Hou hierbij rekening met een kostprijs van ongeveer 1.000 euro excl.btw.
Kan dit ook wanneer de gezinswoning gedeeltelijk beroepsmatig wordt gebruikt?
Ja, dat kan. Wanneer minder dan 30% van uw gezinswoning beroepsmatig wordt gebruikt, dan kan de onbeslagbaarheid in aanmerking komen voor de volledige 100%. Gebruikt u de woning voor 30% of meer beroepsmatig, dan is enkel het niet-beroepsgedeelte beschermd tegen professionele schuldeisers. Ook een mede-eigendom of vruchtgebruik komen in aanmerking.
Wat gebeurt er wanneer ik verhuis?
Ook daar heeft de wetgever rekening mee gehouden.
Wanneer u de gezinswoning verkoopt, gaat de bescherming mee over naar de nieuwe gezinswoning. Dit gebeurt echter enkel wanneer u deze nieuwe woning binnen het jaar aankoopt, de verkoopprijs tussentijds bij de notaris in bewaring geeft en in de aankoopakte een ‘verklaring van wederbelegging’ laat opnemen.
Voor welke schulden werkt de onbeslagbaarheid?
Enkel voor de beroepsschulden die ontstaan ná de verklaring. Het spreekt voor zich dat oudere schulden of schulden die zijn ontstaan uit een misdrijf, buiten deze bescherming vallen. Met beroepsschulden bedoelt de wetgever enkel de zogenaamde zuivere beroepsschulden, en dus niet de schulden van gemengde aard. En hier moet u opletten met sommige fiscale schulden.
Recent sprak het Hof van Cassatie (Cassatie 19 maart 2026) zich hierover uit. Cassatie oordeelde hier dat de verklaring van onbeslagbaarheid geen bescherming bood voor de verschuldigde personenbelasting. De reden was nu net dat het een schuld van gemengde aard is. Of de verschuldigde personenbelasting betrekking heeft op andere dan de beroepsinkomsten, maakt niet uit.
Enkel voordelen?
Het spreekt voor zich dat uw bankier niet zo gelukkig zal zijn wanneer u een professionele lening wilt afsluiten. Wanneer de gezinswoning omwille de verklaring niet als onderpand kan dienen, kan dit hier problemen opleveren. Uw bankier zal nagaan of er andere waarborgen kunnen verstrekt worden. Zoniet, dan zult u afstand moeten doen van de verklaring. Anders zal de kredietverlening allicht niet kunnen doorgaan.
Een ‘zelfstandige’ kan bij de notaris een verklaring onbeslagbaarheid van de gezinswoning laten opstellen. Deze verklaring kan belangrijk zijn, want ze zal ervoor zorgen dat professionele schuldeisers geen beslag kunnen leggen op deze (gezins)woning. De bescherming geldt wel enkel voor professionele schulden die ontstaan zijn na de overschrijving van de verklaring, en dus niet voor gemengde schulden (waaronder de personenbelasting).






