Auteursrechten in de IT-sector: terug van weggeweest!

In 2008 werd een fiscaal gunstig auteursrechtenregime voor natuurlijke personen ingevoerd. Dergelijke vergoedingen werden alsmaar vaker een vast onderdeel van het loonpakket van onder meer softwareontwikkelaars. Omdat de wetgever dit niet beoogd had, werd het gunstregime in 2023 hervormd en viel de IT-sector definitief uit de boot. De wet van 10 juli 2026 brengt hier opnieuw verandering in.

05/08/2026

|

|

6,4 min read

Welles-nietesspel met de IT-sector

Het fiscaal gunstregime voor auteursrechten houdt in dat inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten, naburige rechten of licenties tot een jaarlijks geïndexeerd plafond als roerende inkomsten worden beschouwd. Hierop moet 15 procent roerende voorheffing worden betaald, wat een voordeliger tarief is dan de progressieve tarieven die gelden in de personenbelasting. Bovendien zorgt een kostenaftrek voor een bijkomende verlaging van deze belastingdruk.

Tot 1 januari 2023 kwamen de werken waarnaar verwezen werd in boek XI van Wetboek Economisch Recht (‘WER’) in aanmerking voor het gunstregime. Hierin werden ook computerprogramma’s (art. XI.294 WER) beschouwd als ‘werken van letterkunde’, zodat de auteursrechten ook hun doorgang vonden in de IT-sector en courant deel uitmaakten van het bezoldigingspakket.

Het wijdverspreide gebruik van de fiscaalvriendelijke auteursrechten bleek echter niet geheel naar de zin van de wetgever (en fiscus), zodat er met de Programmawet van 26 december 2022 aan werd gesleuteld. Voortaan moesten op fiscaal vlak de auteurswerken schuilen onder artikels XI.165 of XI.205 WER (werken van letterkunde of kunst, en prestaties van uitvoerende kunstenaars), wat er impliciet op neerkwam dat de fiscale wetgever computerprogramma’s voortaan van het auteursrechtelijk regime uitsloot. Enkel inkomsten uit artistieke activiteiten die een onregelmatig en wisselvallig karakter hadden, kwamen (zoals oorspronkelijk bedoeld) nog in aanmerking.

De uitsluiting van computerprogramma’s deed heel wat stof opwaaien, en leidde zelfs tot een vernietigingsberoep bij het Grondwettelijk Hof op grond van discriminatie ten opzichte van andere digitale beroepen. Waar softwareontwikkelaars van het regime werden uitgesloten, bleef dit regime wel toepasselijk op onder meer webdesigners, gameontwikkelaars en content creators. In haar arrest van 16 mei 2024 stelde het Hof echter dat de uitsluiting van computerprogramma’s en software afdoende verantwoord was, omdat de inkomsten geen onregelmatig en wisselvallig karakter hadden. Het gevolg? Vanaf inkomstenjaar 2023 werden softwareontwikkelaars (software developers) uitgesloten van het regime van auteursrechten.

Aangezien er aan de wetgeving verder niet gesleuteld is, zullen diegenen die de auteursrechten opnieuw willen toepassen moeten voldoen aan de bepalingen die gelden sinds 1 januari 2023.

Revival in 2026: onder welke voorwaarden?

Ondanks het positieve arrest van het Grondwettelijk Hof hield de federale regering blijkbaar toch een wrang gevoel over aan de uitsluiting van de computerprogramma’s. Ze kondigde daarom aan dat de deur voor hen opnieuw zou worden opengezet. Dit is ondertussen gebeurd via de Wet van 10 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting, waarin nu uitdrukkelijk verwezen wordt naar titel 6 (“Computerprogramma’s”) van boek XI WER en naar computerprogramma’s zoals bedoeld in artikelen XI.294 en XI.295 WER. Aangezien er aan de wetgeving verder niet gesleuteld is, zullen diegenen die de auteursrechten opnieuw willen toepassen moeten voldoen aan de bepalingen die gelden sinds 1 januari 2023.

Concreet betekent dit dat voor wie geen houder is van een kunstwerkattest, het vereist is om de rechten over te dragen of in licentie te geven aan een derde met het oog op mededeling aan het publiek, openbare uitvoering of opvoering, of reproductie. In het vakgebied softwareontwikkeling kan deze voorwaarde problematisch zijn, met name wanneer de software bedoeld is voor intern gebruik of een specifieke klant. In tegenstelling tot zijn voorganger stelt minister van Financiën Jan Jambon echter dat de drie hiervoor vermelde doeleinden waarvoor de auteursrechten worden overgedragen of in licentie gegeven, niet samen gelezen moeten worden. Met andere woorden: het voldoen aan één van deze voorwaarden volstaat. Het is dus niet (langer) vereist dat het brede publiek kennis moet kunnen nemen van de software, zolang er maar sprake is van reproductie.

Daarnaast staat er een limiet op het bedrag dat voordelig belast kan worden als roerend inkomen. Als de auteursrechten voor een beroepswerkzaamheid gebruikt worden, kunnen deze als beroepsinkomen worden aangemerkt als de volgende drie drempels niet gerespecteerd worden:

Ten eerste is er een absolute drempel, namelijk 77.220,00 EUR voor AJ 2027. Het bedrag dat mogelijk als roerend inkomen beschouwd wordt, kan dus nooit hoger zijn.

Ten tweede geldt er een relatieve drempel als de overdracht van de rechten gepaard gaat met een geleverde prestatie. Dit is normaliter het geval als rechten worden overgedragen in uitoefening van een arbeidsovereenkomst of als het werk wordt gecreëerd in opdracht van een derde. In dat geval moeten de auteursrechten beperkt worden tot maximaal 30 procent van de totale vergoedingen die men ontvangt voor de prestaties. Belangrijk is dat dit percentage geen forfaitaire vrijgeleide is, maar nog steeds afgetoetst moet worden aan wat marktconform is of in bestaande rulings is vastgelegd, zij het steeds binnen de relatieve drempel.

Als de absolute of relatieve drempel overschreden wordt, is het enkel het surplus dat als beroepsinkomen gekwalificeerd wordt. Alvorens deze grenzen te toetsen, moet u echter ook de gemiddelde begrenzing aftoetsen. Als in de vier vorige belastbare tijdperken auteursrechten zijn genoten en het gemiddelde bedrag daarvan de absolute drempel in het beoordelingsjaar overschrijdt, dan kan in het huidige inkomstenjaar helemaal géén sprake zijn van roerende inkomsten. Dit betekent dat het integrale bedrag aan auteursrechten dan belast zal worden als beroepsinkomen.

Sinds 1 januari 2026 heeft de wetgever het toepassingsgebied van de forfaitaire kostenaftrek sterk beperkt.

Gedeeltelijke vaarwel aan de forfaitaire kostenaftrek

Tot 31 december 2025 werd de belastingdruk van 15 procent op auteursrechten nog verder verlaagd door een forfaitaire kostenaftrek van 50 procent (op de eerste schijf van 20.100 EUR) en 25 procent (op de schijf van 20.101 EUR tot 40.190 EUR). Dit maakte het systeem vanzelfsprekend nog aantrekkelijker.

Sinds 1 januari 2026 heeft de wetgever het toepassingsgebied van deze forfaitaire kostenaftrek sterk beperkt, aangezien enkel houders van een gewoon kunstwerkattest (of de ‘plus’-variant, niet ‘starter’) er nog gebruik van kunnen maken. Dergelijk attest is voorbehouden voor personen actief in (artistieke) kunsten en moet voorgelegd kunnen worden op het moment van betaling of toekenning van de inkomsten Wie niet over dergelijk attest beschikt, kan zijn of haar reële kosten bewijzen en in aftrek nemen.

Hoe gaat u praktisch tewerk?

De herinvoering van het auteursrechtelijk regime in de IT-sector is uiteraard een mooie kans om op een fiscaalvriendelijke manier vergoed te worden voor de ontwikkeling van software. Bijkomend goed nieuws is dat deze regeling retroactief van toepassing is sinds 1 januari 2026. De werkgever kan in principe een vrijstelling van sociale bijdragen genieten op deze vergoedingen. Deze wetgeving verwijst echter nog naar artikels XI.165 en XI.205 WER, zodat we de aanpassing aan de herinvoering voor computerprogramma’s nog even moeten afwachten. Mocht deze aanpassing uitblijven, dan zouden softwareontwikkelaars nadeliger behandeld worden vanuit rsz-standpunt dan andere digitale beroepen. Dit zou aanleiding kunnen geven tot een vernietigingsprocedure op grond van discriminatie.

Praktisch gezien zal voor de in aanmerking komende werknemers een aanpassing van hun arbeidsovereenkomst nodig zijn. Hierin moet namelijk worden gestipuleerd dat de auteursrechten op hun werken worden overgedragen of in licentie gegeven aan de werkgever en bepaald worden hoe – op marktconforme wijze – de auteursrechtelijke vergoeding berekend zal worden. Belangrijk is dat de auteursrechtelijke vergoeding geen bestaand beroepsinkomen vervangt. Het is gangbaar om, op het einde van het jaar, na te gaan hoeveel procent van de totale arbeidsduur werd besteed aan “creatieve” projecten. Dit moet uiteraard verantwoord kunnen worden. Het betaalde bedrag moet zich daarnaast binnen de hierboven vermelde grenzen situeren (lees: maximaal 30 procent van het brutoloon) en moet tevens opgenomen worden op een fiche 281.45 om bij de aangifte personenbelasting te voegen.

Voor personen die via een vennootschap werken, is dergelijk opzet eveneens mogelijk. In dit geval zal er bijkomend een overeenkomst opgemaakt moeten worden tussen die vennootschap en haar bedrijfsleider. Ook zelfstandigen met baten (freelancers) komen in aanmerking voor auteursrechten.

De essentie:

  • Sinds 1 januari 2026 kunnen softwareontwikkelaars opnieuw een auteursrechtelijke vergoeding ontvangen. Een update van hun (arbeids)overeenkomst is essentieel.
  • De marktconforme vergoeding moet binnen bepaalde fiscale grenzen blijven.
  • De forfaitaire kostenaftrek is enkel nog mogelijk voor houders van een kunstwerkattest.
Marc De Munter

Marc De Munter

Tax Partner

Pieter Berghman

Pieter Berghman

Senior tax consultant

Neem vandaag de eerste stap naar groei.

Onze financiële experten staan klaar om uw onderneming te begeleiden in een veranderende wereld. Wij zorgen voor oplossingen die werken, nu én in de toekomst.

Deel dit artikel

Recente artikels