Reminder: laatste kans om het lagere VVPRbis-tarief te genieten

De federale regering plant een verhoging van het tarief voor VVPRbis-uitkeringen van 15% naar 18%. Deze wijziging is echter nog niet gestemd en kan bij wet pas gelden vanaf de maand na publicatie ervan (op basis van de laatste info zal dat vanaf 1 mei 2026 zijn). Wie nog wil genieten van het huidige 15%-tarief heeft, moet dus snel in actie schieten. Hierbij is een grondige analyse van de impact op zowel de financiële vennootschapstatus als rekeningcourantposities essentieel.

24/03/2026

|

|

4,2 min read

Deadline nadert snel

In haar regeerakkoord kondigde de federale regering aan dat de belastingdruk op dividenden in het kader van VVPRbis zal stijgen van 15% naar 18% roerende voorheffing. Hoewel deze nieuwe regelgeving nog niet is gepubliceerd, verwachten we dat de verhoging ‘binnenkort’ in werking zal treden.

Waarom nu handelen?

De aangekondigde tariefverhoging van 15% naar 18% roerende voorheffing op VVPRbis-dividenden treedt in werking zodra de wet officieel in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd, vermoedelijk in april 2026 met inwerkingtreding vanaf 1 mei 2026 (dus een maand later dan aanvankelijk gezegd). Hierdoor blijft het huidige gunsttarief slechts zeer beperkt beschikbaar.

De aangekondigde tariefverhoging van 15% naar 18% op VVPRbis-dividenden wordt van kracht zodra de wet officieel wordt gepubliceerd, vermoedelijk vanaf 1 mei 2026. Hierdoor blijft het huidige gunsttarief slechts zeer beperkt beschikbaar.

Een uitkering is niet altijd fiscaal optimaal

Hoewel de tijd dringt, is het belangrijk om geen overhaaste beslissingen te nemen. Een dividenduitkering is immers niet altijd de fiscaal optimale keuze. Een uitkering vóór jaareinde kan verschillende gevolgen hebben.

Zo kan een verlaagd eigen vermogen ertoe leiden dat de vennootschap wordt beschouwd als een financiële vennootschap, waardoor ze haar gunstig verlaagd vennootschapstarief van 20% op de eerste schijf van 100.000 euro verliest. Het gevolg? De te betalen vennootschapsbelasting kan met (maximaal) 5.000 euro toenemen.

Ook kan een daling van de reserves ervoor zorgen dat interesten op een hoge rekeningcourant in het volgende boekjaar worden geherkwalificeerd als dividenden, wat fiscaal nadeliger is omdat dividenden niet aftrekbaar zijn als kost. Daarnaast is het interessant om na te gaan of een aanleg van een liquidatiereserve fiscaal niet interessanter is. Wanneer een vereffening van uw vennootschap op til is, kan de kostprijs hierdoor tot de helft lager uitvallen:

VVPR-bis (18% RV) Liq.reserve en liquidatie
Winst na vennootschapsbelasting 100 100
Anticipatieve heffing nvt 9,09
Liquidatiereserve nvt 90,91
RV 18 0
Netto 82 90,91

Ook neemt het eigen vermogen af wat een negatieve impact kan hebben naar de berekening van de belastbare meerwaarde op aandelen Tot slot kunnen er cashflowbeperkingen ontstaan wanneer een dividenduitkering moet worden gefinancierd met een lening, aangezien de interesten op dergelijke lening in principe niet aftrekbaar zijn.

Het voordeel is tijdelijk, maar de impact van uw beslissing is blijvend.

Tijdelijk voordeel, maar blijvende impact van uw beslissing

Laat daarom zo snel mogelijk uw situatie analyseren. De resterende tijd om nog actie te ondernemen aan de huidige gunsttarieven is beperkt. Bovendien vragen de wettelijke formaliteiten (zoals uitkeringstesten) de nodige voorbereiding.

Contacteer uw dossierbeheerder snel om uw opties door te nemen en te bepalen of een tussentijds of interimdividend vóór april 2026 voor u fiscaal zinvol is.

Opgelet

Om het zogenaamde VVPRbis-stelsel te genieten, moeten er voorwaarden gerespecteerd worden. De belangrijkste worden hier nog even in herinnering gebracht:

  • Het gaat om niet-preferente aandelen die door een kleine vennootschap (zoals bedoeld in art. 1:24, §1 tot 6 WVV) uitgegeven werden (n.a.v. de oprichting of kapitaalverhoging) sinds 1 juli 2013;
  • De aandelen zijn op naam;
  • De aandelen worden uitgegeven naar aanleiding van een inbreng in geld (dus geen inbreng in natura en dus ook geen inbreng van een rekening courant);
  • De aandelen moeten volledig volgestort zijn (te beoordelen op het ogenblik van de uitkering);
  • De aandelen blijven ononderbroken in het bezit van de aandeelhouder die instond voor de inbreng in geld. Bij overdracht van de aandelen gaat het verlaagde tarief verloren. Bij een verkoop van de aandelen gaat het gunstregime dan ook verloren.
    Hierop bestaan evenwel een aantal specifieke uitzonderingen die kaderen binnen de schenking/vererving van aandelen in rechte lijn of tussen echtgenoten en belastingneutrale herstructureringen. Let wel een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik gaat het gunstregime evenzeer verloren.

Noot wat de BV betreft: de hervorming van het vennootschapsrecht heeft de minimumkapitaalvereiste van 18.550 euro losgelaten binnen deze VVPR-bis-regeling, maar het kapitaal moest wel nog steeds volledig volgestort te zijn. Een aantal vennootschappen met onvolstort kapitaal voerden hierdoor sinds 1 mei 2019 een kapitaalvermindering door tot beneden het bedrag van het reeds volgestorte kapitaal, waardoor ze toch in aanmerking kwamen voor de VVPR-bis-regeling. Maar de wetgever greep snel in. De VVPRbis-regeling is enkel van toepassing wanneer de sommen die bij de uitgifte van de aandelen onderschreven werden, ook effectief volgestort zijn.

Vennootschappen die tussen 1 mei 2019 en 15 december 2021 beslist hebben tot een dergelijke vrijstelling van volstorting, kunnen wel nog de VVPRbis-regeling genieten, als ze voor 31 december 2022 hun kapitaal (opnieuw) verhoogd hebben tot het initieel onderschreven bedrag. Is dat niet het geval, m.a.w. werd het ingebrachte kapitaal niet volgestort en besliste men verder om de aandeelhouders hiervan vrij te stellen, dan is het VVPRbis-stelsel niet van toepassing.

De essentie:

  • De regering plant een verhoging van de belastingdruk op VVPRbis van 15% naar 18% roerende voorheffing. Deze wet is echter nog niet gestemd en treedt pas in werking vanaf de maand na publicatie, vermoedelijk in april 2026.
  • Ondernemers overwegen daarom om nog vóór de nieuwe regels een tussentijds of interimdividend uit te keren om het lagere tarief te benutten.
  • Een uitkering kan echter negatieve neveneffecten hebben, onder andere op de kwalificatie als financiële vennootschap en herkwalificatie van interesten.
  • Elke situatie vraagt een grondige analyse, waardoor het aangeraden is om tijdig met uw dossierbeheerder te bekijken of een dividenduitkering fiscaal verantwoord is.

Marc Gielis

Tax Partner

Roel Van Ransbeke

Tax Manager

placeholder-auteur

Dieter Van Coillie

Tax Manager

Neem vandaag de eerste stap naar groei.

Onze financiële experten staan klaar om uw onderneming te begeleiden in een veranderende wereld. Wij zorgen voor oplossingen die werken, nu én in de toekomst.

Deel dit artikel

Recente artikels