HR-weetjes – februari 2026
In dit artikel vindt u een handig overzicht van nieuwe hr-maatregelen voor werkgevers en werknemers. Met welke nieuwigheden moet u de komende weken en maanden rekening houden?
1. Arbeidsongeschiktheid: inschatten arbeidspotentieel
Op 26 februari 2026 trad een nieuwe verplichting in werking met betrekking tot langdurig zieke werknemers.
Beoordeling van het arbeidspotentieel na acht weken afwezigheid
Wanneer een van uw werknemers sinds 1 januari 2026 minstens acht weken arbeidsongeschikt is, moet u voortaan een evaluatie van het resterende arbeidspotentieel aanvragen bij de preventieadviseur-arbeidsarts (PA-AA). Deze verplichting geldt voor alle werkgevers en is enkel van toepassing op ziekteperiodes vanaf 1 januari 2026. Aangezien 26 februari 2026 precies acht weken na deze datum valt, is deze maatregel sinds die datum effectief toepasbaar.
Verplichte opstart van een re-integratietraject voor ondernemingen vanaf 20 werknemers
Als uit de beoordeling blijkt dat een werknemer nog over mogelijkheden beschikt om (gedeeltelijk) te werken, dan moet u als werkgever (met minstens 20 werknemers) verplicht een re-integratietraject laten opstarten door de PA-AA. Dit moet uiterlijk binnen zes maanden na de eerste dag van arbeidsongeschiktheid gebeuren. Leeft u deze verplichting niet na? Dan kunt u hiervoor gesanctioneerd worden. Ook deze regel geldt uitsluitend voor arbeidsongeschiktheden die ten vroegste op 1 januari 2026 startten.
Wijzigingen in de terug-naar-werk-regelgeving
In 2026 voerde de wetgever al meerdere aanpassingen door aan deze regelgeving. Contacteer ons als u hierover extra informatie of advies wilt.
2. Deeltijdse werknemers: minimale wekelijkse arbeidsduur deeltijdse arbeid van 1/3de naar 1/10de
Vandaag geldt dat een deeltijdse werknemer minimaal een derde van een voltijdse betrekking moet werken. Deze regel zal verdwijnen of worden versoepeld. Op 3 februari 2026 werd in de Kamer een wetsontwerp ingediend om de wettelijke drempel van 1/3de te verlagen naar 1/10de van de wekelijkse arbeidsduur van een voltijdse werknemer. Deze maatregel zou kunnen ingaan vanaf 1 april 2026, maar het is nog wachten op de bevestiging daarvan.
De bestaande minimumduur per werkprestatie blijft wel van kracht: een werkblok moet minstens drie uur bedragen, of het sectorale minimum volgen.
3. Structurele regeling vrijwillige overuren vanaf 1 april 2026
Vanaf 1 april 2026 wordt één uniform systeem van 360 vrijwillige overuren ingevoerd, geldig in alle sectoren en zonder motief of inhaalrust. Van die 360 uren zijn er 240 vrij van overloon, RSZ en belastingen (“bruto = netto”). Gepresteerde relance-uren in het eerste kwartaal van 2026 worden verrekend in deze quota.
In de horeca stijgt het contingent naar 450 uren, waarvan 360 zonder overloon en eveneens bruto = netto. De bestaande arbeidsduurgrenzen (max. 11 uur/dag, 50 uur/week en gemiddeld 48 uur per week over 4 maanden) blijven behouden.
Het schriftelijk akkoord van de werknemer geldt voortaan één jaar (in plaats van zes maanden), wordt stilzwijgend verlengd en kan met één maand opzeg worden beëindigd. Vrijwillige overuren vereisen altijd wederzijds akkoord tussen werkgever en werknemer.
De regeling wordt beperkt voor deeltijdse werknemers: vanaf 1 april 2026 kunnen zij enkel nog vrijwillige overuren presteren bij tijdelijke werkvermeerdering én na minstens drie jaar deeltijdse tewerkstelling, met uitzondering voor lopende akkoorden. De nieuwe regeling treedt in werking op 1 april 2026, met overgangsmaatregelen voor bestaande overeenkomsten. Dit moet nog gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad. Wij volgen dit op de voet voor u.
4. Hervorming individuele beroepsopleiding (IBO)
Met een IBO leidt u gedurende 1 à 6 maanden een werkzoekende kandidaat op in je bedrijf.
Als deze IBO succesvol verloopt, werft u deze kandidaat daarna aan. Om iemand via een IBO binnen de onderneming tewerk te stellen, neemt u contact op met de VDAB die voor de nodige ondersteuning zorgt.
De Vlaamse Regering heeft beslist om de IBO vanaf 1 januari 2026 te hervormen. De betaling van de IBO-premie zal vanaf nu door de werkgever (voorheen VDAB) gebeuren aan de IBO-cursist. Met andere woorden: dit is vanaf nu ook van belang voor de loonverwerking van de IBO-cursist.
5. Bonusplan 2026
Als werkgever kunt u aan uw werknemers een niet-recurrent resultaatsgebonden voordeel toekennen, beter bekend als een bonusplan (CAO 90).
Deze bonus mag in 2026 maximum 4.255 EUR per jaar/per werknemer bedragen op sociaal vlak en 3.701 EUR per jaar/per werknemer op fiscaal vlak.
Een bonusplan met als referteperiode kalenderjaar 2026 moet uiterlijk op 30 april 2026 ingediend zijn. Een wetsontwerp voorziet dat alle werkgevers die een bonusplan willen invoeren, dit voortaan verplicht elektronisch moeten indienen.
6. Fiscale fiches: vergeet onkosten, bedrijfsfietsen, voordelen van buitenlandse ondernemingen en derdebetalersregelingen niet
Vóór 1 maart van elk jaar moet u de fiscale fiches 281 opmaken voor uw werknemers.
Het sociaal secretariaat stelt deze fiches op, op basis van de door u opgegeven gegevens. Let op: op ontbrekende en onvolledige fiscale fiches staan zware sancties. Het is dus belangrijk dat u tijdig alle relevante gegevens doorgeeft.
7. Arbeidsongeschikt naar aanleiding van een ski-ongeval
Een werknemer die arbeidsongeschikt is ten gevolge van een ski-ongeval, heeft recht op de betaling van gewaarborgd loon, tenzij de werkgever een zware fout bewijst in hoofde van de werknemer of de controlearts de werknemer arbeidsgeschikt verklaart.
8. Vertraging uitbreiding van flexi-jobsysteem
De uitbreiding van het flexi-jobstelsel naar vrijwel alle sectoren in België, oorspronkelijk gepland voor 1 april 2026, loopt vertraging op en verschuift door politieke en overlegredenen waarschijnlijk naar de zomer van 2026, met 1 juli 2026 als vroegst mogelijke datum. Wij volgen dit op en zullen u hierover verder informeren.







