Klopt het dat een vennootschap fiscaal niet meer interessant is?

Met de nakende fiscale wijzigingen gaan er steeds meer stemmen op dat het niet meer fiscaal interessant zou zijn om een vennootschap te bezitten of op te richten. Klopt dit? We moeten deze uitspraak in de juiste context bekijken. Bovendien is elke situatie anders: een vennootschap heeft immers heel wat meer om het lijf dan enkel fiscaliteit. Dat de hoogte van het inkomen en de levensstandaard hierbij ook een belangrijke rol spelen, spreekt voor zich. Ook de mogelijkheid om via de vennootschap een fiscaal vriendelijk pensioen op te bouwen, speelt een rol. Tegelijk mogen we niet vergeten dat een vennootschap – meestal de bv – ook niet-fiscale voordelen biedt. Bij een bv ben je immers in principe niet persoonlijk aansprakelijk voor vennootschapsschulden. Waar komt die kritische kijk op vennootschappen vandaan?

20/05/2026

|

|

4 min read

Het is inderdaad correct dat met alle fiscale wijzigingen die op ons afkomen, de vennootschap door de wetgever niet vergeten wordt. Ook zullen vennootschappen (en hun aandeelhouders) hun duit in het zakje moeten doen om de begroting te helpen.

Wat verandert er? Belangrijk te vermelden is dat bij de redactie van deze blog alle wijzigingen nog niet gestemd waren in de Kamer. Toch lijkt het ons de moeite waard om ze al te vermelden.

Al vele jaren kijkt de wetgever kritisch naar de zogenaamde ‘vervennootschappelijking’. Het is dus geen verrassing dat ze deze trend tracht te keren. Bij ‘vervennootschappelijking’ gaat het om het oprichten van een vennootschap om fiscaal een aantal voordelen te genieten. Wie zijn inkomen ziet afgerekend worden aan sociale bijdragen en personenbelasting (+ gemeentebelasting), schrikt wellicht van het lage nettobedrag. Via een vennootschap kun je het vermogen aan deze vennootschap op een andere (lees: fiscaal vriendelijkere) manier onttrekken, bijvoorbeeld onder de vorm van een dividend.

Welke wijziging mag je (wellicht) verwachten? We zetten twee zaken in de kijker:

  1. Het tarief vennootschapsbelasting
  2. De roerende voorheffing op een dividend

  1. Het tarief vennootschapsbelasting en de minimale bezoldiging

Onder bepaalde voorwaarden geniet een kmo-vennootschap een zogenaamd verlaagd tarief vennootschapsbelasting. Dit betekent concreet dat, wanneer de vennootschap aan een aantal voorwaarden voldoet, op de eerste 100.000 euro winst 20% in plaats van vennootschapsbelasting betaald moet worden. Dit is dus een korting van maximaal 5.000 euro.

De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • de vennootschap moet een kleine vennootschap (kmo) zijn;
  • het mag geen financiële vennootschap zijn. Dit is een vennootschap die aandelen bezit waarvan de beleggingswaarde meer dan 50% bedraagt, hetzij van de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal, hetzij van het gestorte kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden;
  • de aandelen moeten voor meer dan de helft in handen zijn van natuurlijke personen;
  • aan één bestuurder (natuurlijk persoon) moet een minimumbezoldiging uitgekeerd worden.

Let wel: voor sommige van deze voorwaarden bestaan er uitzonderingen, maar daar gaan we niet op in.

Met betrekking tot het tarief vennootschapsbelasting staan er twee wijzigingen op de agenda (die vanaf aanslagjaar 2027 zouden gelden): enerzijds wordt de minimumbezoldiging verhoogd, en anderzijds krijgt de grootte van de voordelen alle aard ook een plaats in het verlaagd tarief.

Enige toelichting:

  • Verhoging van de minimumbezoldiging

Het bedrag van de minimumbezoldiging wordt verhoogd van 45.000 euro naar 50.000 euro. Nieuw is dat deze nieuwe 50.000 euro-grens voortaan ook jaarlijks geïndexeerd wordt (dus vanaf 2027). Houd er rekening mee dat deze voorwaarde ook gekoppeld is aan het kunnen verrekenen van de roerende voorheffing inzake DBI-beveks.

  • De hoogte van de voordelen alle aard

Voortaan zal er nog maximaal 20% van de globale bezoldiging aan bedrijfsleiders aan forfaitaire voordelen alle aard mogen toegekend worden. De voorwaarde van de minimumbezoldiging kennen we al lang, maar deze voorwaarde is nieuw. Met de forfaitair geraamde voordelen alle aard komen onder andere de bedrijfswagen, woning, verwarming en elektriciteit, optieplan en andere verloningselementen in de kijker. Met de niet-forfaitair gewaardeerde voordelen alle aard wordt geen rekening gehouden. Hierbij denken we in het bijzonder aan de sociale bijdragen die de vennootschap betaalt.

Voorbeeld (2026):

De bezoldiging aan de (enige) bestuurder bestaat uit 40.000 euro cash en een voordeel alle aard (wagen) van 10.000 euro. In totaal gaat het dus om 50.000 euro. Het voordeel alle aard van 10.000 euro is niet hoger dan 20% van het totale loonpakket (10.000/50.000 = 20%).

Stel echter dat de berekening van het voordeel niet correct gebeurd is en 200 euro te laag is. Het voordeel neemt dus toe met 200 euro, waarbij de grens wél overschreden wordt (10.200 / 50.200 = 20,32%).

Met andere woorden: als er niet wordt ingegrepen, dan is de stijging van 200 euro een moeilijk verteerbare meerkost voor de vennootschap van (maximaal) 5.000 euro!

De fiscaliteit voor de vennootschappen wordt aangepast en wordt opnieuw ingewikkelder.

2. Roerende voorheffing op dividend

De roerende voorheffing van 15% op de zogenaamde VVPRbis-aandelen neemt toe met 20%. Anders gezegd 15% wordt 18%. Concreet zullen uitkeringen vanaf 1 juni 2026 onder het verhoogd tarief vallen.

Dit topic hebben we in onze vorige nieuwsbrieven al uitgebreid toegelicht.

Daarom vermelden we hier enkel de volgende tabel:

VVPR-bis (15% RV) VVPR-bis (18% RV)
Belastbare winst 100 100
VenB (stel 25%) 25 25
Nettowinst 75 75
RV 11,25 13,50
Nettodividend 63,75 61,50

Blijft het oprichten en aanhouden van een vennootschap zinvol vanuit fiscaal perspectief? Hierop is geen eenduidig antwoord mogelijk. Dit vergt de nodige berekeningen.

Besluit

Het is correct dat er een aantal fiscale zaken gaan wijzigen bij de vennootschappen. Maar stellen dat deze wijzigingen ervoor zorgen dat het fiscaal geen zin meer om een vennootschap op te richten of aan te houden, is te kort door de bocht. Meer dan ooit wordt het belangrijk om elke concrete situatie tegen het licht te houden en de nodige berekeningen te maken.

De essentie:

  • Nieuwe fiscale regels maken vennootschappen minder voordelig
  • Minimumbezoldiging stijgt naar 50.000 euro vanaf 2027
  • Voordelen alle aard worden strenger beperkt tot 20%
  • VVPRbis-dividenden stijgen van 15% naar 18% roerende voorheffing
  • Een vennootschap blijft fiscaal interessant, afhankelijk van de situatie

Marc Gielis

Tax Partner | Gecertificeerd belastingadviseur

Neem vandaag de eerste stap naar groei.

Onze financiële experten staan klaar om uw onderneming te begeleiden in een veranderende wereld. Wij zorgen voor oplossingen die werken, nu én in de toekomst.

Deel dit artikel

Recente artikels