Meerwaardebelasting is een feit…
Gisteren heeft de Kamer de veelbesproken invoering van de meerwaardebelasting (op financiële activa) goedgekeurd tijdens een marathonzitting.
Met de invoering van de meerwaardebelasting zetten we ter herinnering nog even de kernpunten op een rij.
Welke financiële activa worden getroffen?
In principe viseert de belasting meerwaarden gerealiseerd op vier categorieën van financiële activa:
- financiële instrumenten, zoals aandelen, winstbewijzen, obligaties, afgeleide instrumenten, commercial paper, emissierechten, enz.
- bepaalde levensverzekeringsproducten, zoals spaar- en beleggingsverzekeringen (zoals tak 21, 22, 23, 26 en 44) en kapitalisatieverrichtingen;
- cryptoactiva in de ruimste zin, inclusief e-money tokens, activagerelateerde tokens, utility tokens en non-fungible tokens die voor betalings- of investeringsdoeleinden gebruikt kunnen worden; en
- geldmiddelen, met name giraal en chartaal geld, alsook elektronisch geld, met uitzondering van geldmiddelen die op een betaalrekening worden aangehouden, en beleggingsgoud.
Meerwaarden inzake groepsverzekeringen, levensverzekeringen binnen het langetermijnsparen, pensioenfondsen en pensioensparen blijven buiten beschouwing.
Drie categorieën van belastbare meerwaarden
1. Interne meerwaarde
De zogenaamde “interne meerwaarde” wordt belast aan 33%.
Interne meerwaarde is deze die voortkomt uit overdracht van aandelen of winstbewijzen aan een “eigen” vennootschap of een vennootschap waarover de overdrager (alleen of samen met zijn echtgenoot en zijn naaste familie tot de tweede graad of deze van zijn echtgenoot) rechtstreeks of onrechtstreeks controle uitoefent, zonder enige voetvrijstelling of andere uitzondering (behalve voor historische meerwaarden).
Deze regeling heeft impact op verkopen door ouders aan een holding van de kinderen waarin de ouders ook zelf nog blijven participeren.
2. Meerwaarde bij aanmerkelijk belang
Belast volgens getrapt tarief (zie tabel).
Een aanmerkelijk belang bestaat als minstens 20% aandelen wordt aangehouden, en uit deze participatie wordt verkocht aan een niet-gecontroleerde partij.
Vrijstelling van 1 miljoen EUR aan meerwaarde, en progressieve tarieven op de meerwaarde boven 1 miljoen EUR, zijnde :
| Meerwaarde | Tarief |
|---|---|
| 0 – 1.000.000 EUR | 0% |
| 1.000.001 – 2.500.000 EUR | 1,25% |
| 2.500.001 – 5.000.000 EUR | 2,50% |
| 5.000.001 – 10.000.000 EUR | 5% |
| 10.000.001 – … EUR | 10% |
Voor meerwaarden boven 1 miljoen EUR op aandelen in een binnenlandse vennootschap en die worden verkocht aan een vennootschap met werkelijke zetel buiten de Europese Economische Ruimte (‘EER’) geldt een bijzonder tarief van 16,5%. Dit specifieke tarief bestond reeds voor verkopen uit een aanmerkelijk belang van meer dan 25% aan niet-EER vennootschappen.
Nieuw is dat het aanmerkelijk belang van 20% nu strikt per persoon wordt bekeken en niet langer cumulatief met de echtgenoot en de naaste familie of (onrechtstreeks) via persoonlijke holdingstructuren. De foto van het aanmerkelijk belang wordt genomen op het moment van de overdracht en niet langer op enig moment in de afgelopen 10 jaar voor de overdracht. Bovendien zal de vrijstelling voor het eerste miljoen EUR aan meerwaarden maar gelden per periode van 5 opeenvolgende jaren, zodat men niet elk jaar opnieuw van de vrijstelling zou kunnen genieten.
Wie minder dan 20% aanhoudt, valt onder het standaardregime vallen (zie hierna).
Het gunstregime inzake aanmerkelijk belang waarbij het eerste miljoen EUR aan meerwaarde wordt vrijgesteld, zou niet enkel voor aandelen in actieve vennootschappen gelden, maar ook voor holding-, management- en patrimoniumvennootschappen.
3. Standaardregime
Onder het standaardregime zijn gerealiseerde meerwaarden belastbaar aan een vast tarief van 10%. Dit standaardregime is van toepassing op alle meerwaarden, behalve interne meerwaarden en meerwaarden inzake een aanmerkelijk belang,
Er geldt een voetvrijstelling van 10.000 EUR per persoon en per jaar, die jaarlijks geïndexeerd wordt.
Daarnaast zal het plafond van de vrijstelling per jaar dat ongebruikt blijft, stijgen met (maximum) 1.000 EUR (exclusief verdere indexering na aanslagjaar 2027) tot maximaal 15.000 EUR. Iemand die maar om de vijf jaar een meerwaarde realiseert zou dus in het zesde jaar kunnen rekenen op een vrijstelling van 15.000 EUR, te verhogen met de indexatie.
Minderwaarden
Minderwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026 kunnen in mindering komen van door dezelfde belastingplichtige indien gerealiseerd binnen hetzelfde belastbare tijdperk binnen dezelfde categorie (interne meerwaarden, aanmerkelijk belang of standaardregime).
Minderwaarden zijn dus niet overdraagbaar naar een volgend belastbaar tijdperk.
Vanaf wanneer van toepassing?
Alle meerwaarden/minderwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026 vallen voortaan onder de nieuwe regeling.
In bepaalde gevallen zijn historische meerwaarden vrijgesteld. Om deze vrijstelling te claimen is een waardebepaling van uw vennootschap(pengroep) per 31 december 2025 nodig.







