Opletten met uitkering liquidatiereserve bij vereffening en verderzetting activiteit in een andere vennootschap

Het ontwerp van Programmawet, dat momenteel in behandeling is in het Parlement, voorziet een verhoging van de roerende voorheffing op de uitkering van liquidatiereserves via dividenden. Daarnaast moet u ook rekening houden met een nieuwe specifieke antimisbruikbepaling wanneer liquidatiereserves uitgekeerd worden ingevolge de ontbinding en vereffening van de vennootschap. Wat moet u hierover weten?

30/03/2026

|

|

4,4 min read

Achtergrond

Zoals u weet besliste de federale regering in het kader van haar begrotingsakkoord om de roerende voorheffing op VVPR-bis dividenden en liquidatiereserves op te trekken naar respectievelijk 18% (in plaats van 15%) en 9,8% (in plaats van 5% of 6,5%). Het doel? Deze uitkeringen uniform aan 18% belasting onderwerpen.

Tegelijk staat in de komende Programmawet een nieuwe specifieke antimisbruikbepaling die moet voorkomen dat vennootschappen voortijdig ontbonden en vereffend worden om liquidatiereserves zonder roerende voorheffing (bovenop de 10% afzonderlijke heffing) uit te keren, terwijl de betrokken vennootschapsactiviteit nadien gewoon wordt verdergezet binnen het kader van een andere (nieuwe of bestaande) vennootschap.

De wetgever viseert aandeelhouders die binnen de 3 jaar na de uitkering van liquidatiereserves zonder roerende voorheffing bedrijfsleider worden van een vennootschap met dezelfde of gelijkaardige activiteiten als de geliquideerde vennootschap, tenzij bewijs dat de verderzetting van de activiteit hoofdzakelijk door andere dan belastingmotieven wordt verantwoord.

Nieuwe antimisbruikbepaling

De nieuwe antimisbruikbepaling is van toepassing wanneer de genieter van de liquidatiereserves (die worden uitgekeerd naar aanleiding van de ontbinding/vereffening van de vennootschap) binnen de drie jaar volgend op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van deze dividenden rechtstreeks of onrechtstreeks de functie van bedrijfsleider uitoefent in een vennootschap die dezelfde of gelijkaardige activiteiten verricht als deze van de (ontbonden) vennootschap die de dividenden heeft uitgekeerd. In dat geval worden deze dividenden alsnog aangemerkt als belastbare dividenden in het belastbaar tijdperk waarin het voormelde feit (met name het bestuursmandaat) zich voor het eerst binnen deze termijn van drie jaar voordoet. Dit dividend moet dan verplicht opgenomen worden in de aangifte personenbelasting.

Wordt dus enkel geviseerd: het mandaat als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar, dan wel een leidende functie of een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, financiële of technische aard (buiten een arbeidsovereenkomst) in een andere vennootschap die dezelfde of gelijkaardige activiteiten verricht als deze van de (ontbonden) vennootschap. Dit houdt in dat de genieter van het dividend de functie van bedrijfsleider moet hebben binnen deze vennootschap, al dan niet via een tussenliggende (management)vennootschap.

Als de gewezen aandeelhouder enkel aandeelhouder wordt van de andere vennootschap, geldt de nieuwe bepaling niet.

Enkele voorbeelden:

  • een geneesheer-specialist (met een RIZIV-nummer) die verbonden is aan een ziekenhuis die zijn vennootschap liquideert, om vervolgens met een andere vennootschap (en hetzelfde RIZIV-nummer) opnieuw als specialist zijn activiteit uit te oefenen voor hetzelfde of een ander ziekenhuis;
  • de aandeelhouder-CEO die CEO wordt bij een ander bedrijf (met een gelijkaardige activiteit) en daar gelijkaardige (management)activiteiten uitoefent, en ook als hij daar een andere leidinggevende functie uitoefent;
  • een IT-specialist die via een vennootschap voor klant A werkt en die in deze vennootschap een liquidatiereserve heeft aangelegd. Hij stopt met werken voor klant A. Vervolgens gaat hij gelijkaardige activiteiten uitoefenen voor klant B via een nieuw opgerichte vennootschap;
  • de genieter van de dividenden wordt bedrijfsleider van een vennootschap die initieel een andere activiteit uitoefent, maar zich op een later moment ook gaat toeleggen op dezelfde of een gelijkaardige activiteit als deze van de geliquideerde vennootschap. In dat scenario worden de dividenden belastbaar in het belastbaar tijdperk waarin de vennootschap is gestart met het uitoefenen van dezelfde of gelijkaardige activiteit (althans voor zover dit gebeurt binnen drie jaar na toekenning of betaalbaarstelling van de dividenden).

De antimisbruikbepaling zal echter niet spelen als de belastingplichtige kan bewijzen dat de hierboven bedoelde handelingen (liquidatie en het nadien verderzetten of heropstarten van eenzelfde of gelijkaardige activiteit via een andere vennootschap) hoofdzakelijk door andere motieven verantwoord zijn dan het verkrijgen van het fiscaal voordeel. Deze beoordeling moet geval per geval gebeuren, rekening houdend met de feitelijke omstandigheden.

Voorbeelden van het tegenbewijs zijn onder meer:

  • wanneer iemand zijn consultancybedrijf stopzet omdat hij een nieuwe functie aanvaardt waarbij hij werknemer wordt (in de publieke of private sector). Na 2,5 jaar wil hij opnieuw zelfstandig worden en zijn consultancyactiviteit hervatten (na ontslag uit zijn vorige functie);
  • een echtgenoot liquideert zijn vennootschap om voor zijn zwaar gehandicapte partner te zorgen. Na het overlijden van de partner start de overlevende echtgenoot zijn activiteit opnieuw op binnen de 3 jaar.

De nieuwe antimisbruikbepaling treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de nieuwe Programmawet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Datum inwerkingtreding

De nieuwe specifieke antimisbruikbepaling treedt in werking de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de Programmawet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Deze maatregel is van toepassing op vanaf diezelfde datum toegekende of betaalbaar gestelde dividenden. Gelet op de laatste ontwikkelingen in de parlementaire behandeling van het wetsontwerp, is de verwachting dat de Programmawet pas in april in het Staatblad zal gepubliceerd worden, zodat de nieuwe antimisbruikbepaling pas op 1 mei in werking zou treden.

Bovendien kan volgens de Minister van Financiën de nieuwe antimisbruikbepaling enkel van toepassing zijn wanneer alle verrichtingen die het misbruik uitmaken, na de inwerkingtreding plaatsvinden.

De essentie:

  • De nieuwe antimisbruikbepaling geldt enkel voor aandeelhouders die binnen de 3 jaar na de uitkering van de liquidatiereserves bedrijfsleider worden van een vennootschap met dezelfde of gelijkaardige activiteiten.
  • Tenzij bewijs dat de verderzetting van de activiteit hoofdzakelijk door andere motieven wordt gerechtvaardigd dan het genot van het fiscaal voordeel, zal de uitkering alsnog aan het gewoon tarief voor roerende inkomsten worden belast, met name aan 30% personenbelasting.
Marc De Munter

Marc De Munter

Tax Partner

Neem vandaag de eerste stap naar groei.

Onze financiële experten staan klaar om uw onderneming te begeleiden in een veranderende wereld. Wij zorgen voor oplossingen die werken, nu én in de toekomst.

Deel dit artikel

Recente artikels